Latijns-Amerika magazine.
 

A la calle: Massaal de straat op in Venezolaanse crisis

26-04-2021 door Ruby Sanders

‘A La Calle’, geregisseerd door Nelson G. Navarrete en Maxx Caicedo, toont de humanitaire crisis in Venezuela en de buitengewone inspanningen van Venezolanen om hun democratie te heroveren op de dictatuur van Nicolás Maduro. Regie: Maxx Caicedo, Nelson G. Navarrete | 111 minuten | documentaire

‘Leven we in Venezuela in een dictatuur?’, vraagt een zichtbaar vermoeide Nicolas Maduro aan zijn aanhangers tijdens een optocht van de socialistische partij. ‘Nee!’, antwoorden zij in koor. ‘Of leven we in een waarachtige democratie?’ ‘Jaaaa!’, joelt zijn achterban. Het lijken simpele vragen, waar de rechttoe-rechtaan documentaire ‘A la calle’ om draait: is Venezuela nog een democratie te noemen? En wanneer spreek je eigenlijk definitief van een dictatuur? De film, die de veerkracht van het Venezolaanse volk centraal stelt, probeert antwoorden te vinden op deze vragen. Dat is nog behoorlijk lastig in het Zuid-Amerikaanse land, ooit een van de meest welvarende landen van het continent.

Dat komt vooral, zo legt onder meer Harvard-professor Ricardo Hausmann uit, omdat de bedreiging in Venezuela van binnenuit komt. De regering zelf – ooit democratisch verkozen – holt de democratie de laatste jaren uit door voortdurend nieuwe instituten en wetten in te stellen die haar macht versterkt, en treedt met zoveel repressie op tegen de burgers dat van een vrije democratie geen sprake meer is. Maar er is één ding dat de onderdrukte burgers toch telkens weer de straat op krijgt, zegt een jonge activist, een van de vele Venezolanen die in de film aan het woord komen: honger.

Maar dit alleen al uitspreken kan je als burger duur komen te staan. Erkennen dat er een humanitaire crisis is, dat mensen honger lijden, dat ziekenhuizen met gigantische tekorten kampen en voorzieningen als elektriciteit en onderwijs nauwelijks meer functioneren, is een absolute no go voor het regime van Maduro. Zelf blijft hij de socialistische mythe prediken: dat zijn regering zich met sociale initiatieven als voedselhulp inzet voor de arme Venezolanen.

Meerstemmigheid

Regisseurs Nelson G. Navarrete and Maxx Caicedo, twee jonge Amerikaanse filmmakers met respectievelijk Venezolaanse en Colombiaanse roots, laten in A la calle, dat zich centreert rond de protesten van 2017 en 2018, allerlei landgenoten aan het woord. Die meerstemmigheid werkt goed: we krijgen als kijker uitleg over de situatie, voelen mee met het menselijke leed en zitten op het puntje van onze stoel wanneer er licht aan het einde van tunnel lijkt te schijnen – al is de hoop vaak van korte duur. We horen en zien hoogleraren, vuilnismannen en kappers, de leider van de oppositie, de oprichtster van het medische studenteninitiatief ‘Groene kruis’ en de jonge voorman van een actiegroep die met gevaar voor eigen leven jonge mensen mobiliseert om dag na dag, jaar na jaar de straat op te blijven gaan om te protesteren tegen het regime.

En dat regime, zo laat de film gedetailleerd zien, heeft het volk het afgelopen decennium volkomen in de steek gelaten. Nadat de charismatische leider Hugo Chávez in 2013 overleed, bleek op welke luchtbel zijn socialistische economie was gestoeld: door sterk gestegen olieprijzen had zijn regering korte tijd geld in overvloede gehad om uit te geven aan sociale projecten voor de armste burgers van het land. Maar die torenhoge uitgaven bleken onhoudbaar toen de olieprijzen kelderden en duurzame verbeteringen had Chávez nauwelijks gerealiseerd. Sinds zijn opvolger Maduro naar voren werd geschoven ging het van kwaad tot erger. Een grotere economische en humanitaire crisis heeft het continent niet eerder meegemaakt, verduidelijken de regisseurs. Basisbenodigdheden zijn óf niet te krijgen óf onbetaalbaar geworden; door hyperinflatie moeten mensen met zakken vol biljetten naar de groenteboer (die het geld weegt in plaats van telt). Ziekenhuizen hebben nauwelijks medicijnen op voorraad, en de democratische rechtsstaat is stukje bij beetje ontmanteld. Zo zetten Maduro na parlementsverkiezingen in 2015 die overweldigend door de oppositie waren gewonnen, het parlement (Asamblea Nacional) buitenspel door alle macht weg te nemen en een jaar later een nieuw, regime-gezind orgaan op te richten: de Asamblea Constituyente.

Die streek werd de bevolking te veel: massaal kwamen Venezolanen in 2017 de straat op. De beelden die de regisseurs op straat hebben geschoten, vormen het hart van de film en zijn heel indrukwekkend. Tijdens de burgerprotesten, die in 2018 en 2019 voortduurden, zijn duizenden mensen gewond geraakt, honderden om het leven gekomen en meer dan vijfduizend mensen gevangengezet.

Dansende Maduro

Een van hen is oppositieleider Leopoldo López, een gespierde familieman die koste wat kost voor zijn land wil blijven strijden, ook al kost het hem zijn vrijheid (hij zat ruim drie jaar gevangen), zijn gezinsleven en zelfs zijn veiligheid – tijdens een demonstratie in 2019 vluchtte hij de Spaanse ambassade in en hij woont sinds eind van dat jaar met zijn gezin van Spanje. Ook apolitieke Venezolanen ontvluchtten massaal het land. Zo zien we Randal, die sinds de geboorte van zijn dochtertje worstelt met de onmogelijkheid om voor zijn gezin te zorgen, na jaren van schrapen en sappelen naar buurland Colombia vertrekken – net als ruim 4,5 (!) miljoen landgenoten die naar elders zijn vertrokken de afgelopen vijf jaar.

Extra pijnlijk, met dit alles in gedachten, zijn de beelden van een steeds dikkere, dansende en zingende Maduro, ook al zijn de beelden veelvuldig in internationale media te zien geweest. Ook een BBC-interview waarin hij stevig aan de tand gevoeld wordt is uiterst wrang.

Eigenlijk het is sowieso tegen het ondraaglijke aan om ál deze informatie in een krappe anderhalf uur over je heen te krijgen. Het is uiteraard goed dat een internationaal publiek zich realiseert dat dit verhaal nog gaande is, de strijd nog niet is gestreden en de situatie sinds begin 2020 (waar de film min of meer eindigt) alleen maar erger is geworden. Maar na de aftiteling blijf je als kijker met veel vragen achter. Waren er geen andere oppositieleiders in beeld te brengen dan alleen López en later zijn vertrouweling Juan Guaidó, de nieuwe voorzitter van het parlement die zichzelf uitriep tot interim-president? Hoe grondwettelijk was díe actie eigenlijk? Wás het leger echt van plan om massaal ‘over te lopen’ naar Guaidó, zoals de film suggereert? En wat is er allemaal gebeurd ná 2020? De vragen zijn eigenlijk te belangrijk om de film echt actueel en volledig te laten zijn. Hopelijk komen de makers met een deel 2.

reageren

meer Arte y Comunicación

meer Reseñas

meer Venezuela