Latijns-Amerika magazine.
 

Neruda: Chileens mysterie van Pablo Larraín

07-12-2016 door Ruby Sanders

De Chileense film Neruda draait vanaf 8 december in de Nederlandse filmhuizen 

Het is 1948. In Chili wordt de tot senator voor de communistische partij verkozen dichter en diplomaat Pablo Neruda (echte naam Neftalí Ricardo Reyes) opgejaagd door de rechtse regering van president Gabriel González Videla. González – die in 1946 met steun van de communisten in het zadel was geholpen – is een sterk anticommunistische koers gaan varen, wat hem op veel kritiek komt te staan vanuit linkse hoek, in het bijzonder van de gevierde dichter. Neruda scherpt zijn pen en gaat openlijk de strijd met de president aan. González besluit de communistische partij daarop te verbieden en een arrestatiebevel tegen Neruda uit te vaardigen. Neruda ontloopt uiteindelijk zijn arrestatie en schrijft in ballingschap zijn bekende werk Canto General (1950). Tot zover de vertelling zoals die in de geschiedenisboeken is terug te lezen. Pablo Larraín – een van de beste Latijns-Amerikaanse regisseurs van dit moment – besloot met Neruda deze episode uit de vaderlandse geschiedenis te verfilmen. Daarmee past de film mooi in zijn oeuvre, dat film voor film Chili en haar inwoners probeert te ontleden.

In Neruda ontvangt de jonge politie-inspecteur Oscar Peluchonneau (een geweldige Gael García Bernal) de opdracht ’s lands bekendste dichter (knap vertolkt door Luis Gnecco) op te sporen en te arresteren. Tussen de twee ontvouwt zich een spannende achtervolging waarvan hoe langer hoe onduidelijker is wat in werkelijkheid is voorgevallen en wat zich ontspint in de fantasie van de regisseur, de poëet, de kijker en zelfs de personages. De film is daarmee geen rechttoe rechtaan biopic maar eerder een belichaming van wat Larraín (39) zich heeft moeten inbeelden bij het maken van een verhaal over Neruda. Of zoals hij zelf zegt, liever, een ‘Nerudiaans’ verhaal: verteld alsof het een fictief werk van de meester zelf is.   

De achtervolging is ook een vehikel waaraan een verhaal wordt opgehangen over jaloezie, van een hardwerkende bureaucraat en wetsdienaar voor een vrijgevochten kunstenaar, bohemien en vrouwenverslinder als Neruda. En over de hypocrisie van zowel ‘links’ als ‘rechts’; over de ijdelheid, drang naar bevestiging en angst voor het eindigen in de vergetelheid van beide mannen. Neruda heeft voortdurend erkenning nodig; zijn vlucht is niets waard als het niet meeslepend is, en Peluchonneau is een niet-erkende bastaardzoon van een beroemde politieman, en moet tegen het einde van de film zelfs zijn bestaan als personage bevechten. Ten slotte gaat de film over de afstand van de (linkse) intelligentsia tot de arbeidersklasse waar zij zich sterk voor maakt. Dit laatste blijkt wanneer twee Chileense kameraden van de communistische partij, bescheiden op het armoedige af, op bezoek komen bij Neruda, wanneer op dat moment een uitzinnig feest vol drank en wild uitgedoste gasten gaande is, en, later in de film, als Neruda’s persoonlijke beveiliger (door de partij gestuurd) hem in tranen vraagt zich wat bescheidener te gedragen om de communistische zaak niet te schaden.

De rake voice-over, uitgesproken door inspecteur Peluchonneau, maar gaandeweg steeds meer als losstaand romanpersonage opgevoerd, maakt met alle partijen korte metten. “Communisten haten werk, ze verbranden liever kerken”, zegt hij als we in een parallelle montage een mijnwerkersstaking gewelddadig neergeslagen zien worden, en tegelijkertijd Neruda vol branie zijn eigen spectaculaire vlucht zien organiseren. Maar ook: ”Mijn president heeft een baas, de president van de VS. En als die zegt dat wij onze communisten moeten vermoorden, heeft deze getrainde aap te gehoorzamen.” Het knappe is dat Larraín zelf wél liefde heeft voor beide personages. Hoe parmantig het voordragen uit eigen werk door Neruda in eerste instantie overkomt, zo krachtig is het wanneer de bekende regels uit Canto General hardop worden uitgesproken door arbeiders door het hele land.

Deze momenten tonen aan dat de film meer is dan een vrijblijvend fictief detectiveverhaal is. Tegelijkertijd maken de bijzondere cinematografie duidelijk dat ook ‘slechts’ een historische vertelling geen recht doet aan de film. De gevoelige soundtrack draagt tot slot bij aan de mystiek van de film; aan de oneindige poëzie van de vertelling. Daar gaat het uiteindelijk om.

reageren