Latijns-Amerika magazine.
 

Rio + 20: Brazilië en Latijns-Amerika

22-06-2012 door Lisa Couderé

Rio de Janeiro heeft zijn visitekaartje, het reusachtige Christus de Verlosser standbeeld, in groen licht gehuld. Vandaag is de laatste dag van de Rio + 20 VN-conferentie over duurzame ontwikkeling. Een 50.000 vertegenwoordigers van regeringen, het middenveld, het bedrijfsleven en de wetenschappelijke wereld hebben deelgenomen aan wat twintig jaar na de hoopvolle Earth Summit in dezelfde stad een historische conferentie moest worden. De berichtgeving tijdens de voorbereidingsrondes leek niettemin alarmerend veel op die van recente logge internationale conferenties.

Sinds de mislukte VN-klimaatconferentie van Kopenhagen in 2009 wint beloftevolle retoriek het van concrete doelstellingen. Ook het plan The Future We Want dat tijdens de Rio + 20 conferentie door de wereldleiders moet worden goedgekeurd, wordt langs alle kanten als te vaag bestempeld. Er ontbreken bindende verplichtingen, financiering en een concrete omschrijving van Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen. De VS en Canada proberen verplichtingen af te schuiven en China doet moeilijk. Obama zit in een verkiezingsjaar en dus is groen niet slim. En Europa hoort alleen nog maar het woord crisis. Het Europese Parlement stuurde bovendien geen delegatie waarbij de hoge hotelkosten werden aangehaald.

De regeringen van Guatemala en Colombia stelden een kader voor om Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen te formuleren. De Venezolaanse delegatie bekritiseerde al het gebrek aan financiële toegevingen van de rijke landen voor een transitie naar een ‘groene economie’. Bovendien steunen president Evo Morales en de meerderheid van de sociale organisaties het concept ‘groene economie’ niet. De vrees is dat de natuur verhandeld wordt in het kapitalistisch systeem. Brazilië zelf neemt als gastland enthousiast zijn voorbeeldrol op, maar welke betekenis heeft het vaag begrip ‘duurzaamheid’ in Brazilië en Latijns-Amerika? Tijdens de Klimaattop in Durban vorig jaar nam Brazilië al een voortrekkersfunctie in, maar ook voor opkomende grootmacht is duurzame ontwikkeling een uitdaging. Met de organisatie van het wereldkampioenschap voetbal in 2014 en de Olympische Spelen in 2016 blijven de ogen op deze zesde economie van de wereld gericht.

Economische groei

Latijns-Amerika is net als Afrika en Azië enorm kwetsbaar voor de opwarming van de aarde: droogte, overstromingen en wegsmeltende gletsjers bedreigen woonomgeving en voedselzekerheid. Rio de Janeiro geeft uitdrukking aan nog een andere uitdaging van duurzame ontwikkeling voor Latijns-Amerika: leefbare steden. In Rio de Janeiro, een stad omgeven door zee en bergen heeft de vegetatie de laatste dertig jaar meer en meer plaats moeten maken voor favelas en woonwijken. De relatief grote beschikbare groene ruimte is bovendien ongelijk verdeeld. De stad heeft daarom de laatste twee jaar sterk ingezet op herbebossing. Ook verkeersoverbelasting, afvalverwerking, afvalwater en slechte luchtkwaliteit zijn uitdagingen voor grootsteden in Latijns-Amerika zoals Rio de Janeiro, Lima en Mexico Stad.

Latijns-Amerika doet het economisch goed. Ondanks de onzekere wereldeconomie voorspelt de Economische Commissie voor Latijns-Amerika (Cepal) een regionale groei van 3,7 procent voor 2012. Eén van de grote uitdagingen van het continent is een balans te vinden tussen economische groei, behoud van natuur en sociale inclusie. Jonathan Glennie verwees in april in The Guardian naar het belang van het middenveld in Latijns-Amerika in de aanpak van de ongelijkheid. In Pursuing Paris agenda principles could do untold harm to Latin America pleit hij ervoor om, tegen de principes van de Agenda van Parijs in, ontwikkelingsgeld niet aan regeringen te geven, maar aan sociale organisaties. Aan het middenveld dus, dat kritisch is tegenover de overheid en andere belangen verdedigt. Ook op weg naar duurzame ontwikkeling kan het middenveld belangrijk zijn.

On-duurzame ontwikkeling

De helft van Brazilië bestaat uit het regenwoud van het Amazonebekken, de long van de aarde en een schatkamer aan biodiversiteit. Hét voorbeeld van de moeilijke evenwichtsoefening tussen economische vooruitgang en duurzame ontwikkeling.

Hoewel zowel voormalig president Lula als huidig president Dilma hebben ingezet op familiale landbouw, bestaat er een concentratie van land in handen van de industriële landbouw. Met als negatieve effecten: winst komt bij enkele giganten terecht en het regenwoud moet eraan geloven. Grote stukken woud maken plaats voor landbouwgrond en veeteelt. Vooral de stijgende vraag naar soja werkt dit in de hand. Legale en illegale houtkap en goudwinning vormen een constante dreiging. En bij grootschalige energieprojecten worden, afgezien van de milieuproblemen, mensenrechten al te vaak met de voeten getreden. Milieuactivisten zijn het slachtoffer van geweldpleging. De inheemse bevolking verliest haar recht op land en zo ook haar sociale netwerk en geschiedenis.

Hoewel Brazilië het eerste ontwikkelingsland was dat doelstellingen voor een vermindering van de uitstoot van CO2 vastlegde, is er veel kritiek op de ecologische beslissingen van Dilma. ConSentido berichtte al eerder over het gedeeltelijke veto van Dilma tegen de omstreden hervorming van de Boswet. Een veto dat na de bekendmaking van de details op niet veel positieve reacties van milieuorganisaties kon rekenen. De amnestieregel en de afname van de oppervlakte aan beschermde gebieden blijven van kracht. Ook de bouw van de Belo Monte stuwdam op de Xingu rivier in het westelijke Amazonebekken wordt internationaal bevochten. De dam zou onder andere verschillende grote industrieën in de regio, waaronder de mijnbouw, van energie moeten voorzien. Vorige week zaterdag 16 juni bezetten 300 inheemse- en milieuactivisten de bouw site nog om de aandacht te trekken van de deelnemers aan Rio + 20.

Sociaal-ecologische strijd

Brazilië is geen uitzondering op de regio. In heel Latijns-Amerika steken sociaal-ecologische conflicten en tegenstellingen tussen economische belangen en het behoud van natuur, maar ook gemeenschap en cultuur, de kop op.

De economieën van Latijns-Amerikaanse landen zijn grotendeels afhankelijk van niet-hernieuwbare bronnen als olie, gas en steenkool. César Padilla merkt op dat de mijnbouw deel is gaan uitmaken van de ontginningsstrategieën van de meerderheid van de landen in de Latijns-Amerikaanse regio. Dit fenomeen observeert hij onafhankelijk van de politieke oriëntatie van de regering in kwestie en los van het feit of de landen historisch gezien mijnbouwlanden zijn (Padilla 2011). Padilla plaatst Chili en Peru op kop, maar stelt ook in Colombia, Argentinië en traditioneel mijnbouwland Bolivia een (her)opleving van de mijnbouwactiviteiten vast.

In Peru krijgt President Humala veel tegenstand van zijn achterban voor mijnbouw- en olieproductieprojecten. Het heetst van de strijd speelt zich momenteel af in Cajamarca, waar sinds eind 2011 aanhoudende protesten plaatsvinden tegen het koper- en goudmijnbouwproject Conga. En in Ecuador waar het ‘recht van de natuur’ in de grondwet staat, zet ook President Rafael Correa in op grootschalige mijnbouw. Mijnbouw voor economische groei gaat volgens Padilla samen met een steeds grotere afwijzing vanuit de lokale gemeenschappen en een sterke toename van sociaal-ecologische conflicten (Padilla 2011).

Hoewel de landen steeds meer op hun deel van de winst staan, blijven de milieu-implicaties desastreus. De plaatselijke bevolking wordt nog ondermaats geconsulteerd en protest wordt vaak gecriminaliseerd.

Parallel aan de Rio + 20 top vindt van 15 tot 23 juni de Volkerentop plaats. Een alternatieve milieutop met afgevaardigden van sociale organisaties zoals vakbonden, inheemse groepen, vrouwen- en boerenorganisaties. Eén van de uitdagingen van deze Volkerentop is dan ook het integreren van de rechten van de inheemse bevolking in de uitwerking van het concept ‘duurzame ontwikkeling’. Inheemse organisaties uit de Andes willen bijdragen aan de discussie over ‘groene economie’ en alternatieven bieden vanuit hun kosmologie gebaseerd op Moeder Aarde.

Terwijl in andere delen van de wereld de bevolking het grote woord ‘democratie’ tracht betekenis te geven, proberen lokale gemeenschappen in Latijns-Amerika de op het politieke niveau soms lege begrippen ‘duurzame ontwikkeling’ en ‘mensenrechten’ in te vullen. Sociale media, kennisuitwisseling tussen bewegingen uit het middenveld, documentaires die internationale filmfestivals afreizen,… het middelpunt van discussies en de berichtgeving omtrent sociaal-ecologische conflicten situeert zich niet noodzakelijk op logge internationale conferenties. Als mooie taal niet in internationaal bindende Duurzame Ontwikkelingsdoelen kan worden omgezet, kan de uitwisseling van de ideeën van 50.000 mensen misschien wel nationale overheden aanzetten tot actie. En mogelijk is het Latijns-Amerikaanse continent bij de aanvang van de 21e eeuw wel dé plaats en tijd bij uitstek om de wirwar van protesten, debatten en ideeën uit het middenveld op dit rijke grondgebied samen te brengen en om te zetten in echte verandering.

Bibliografie

Bronnen: MO, BBC Mundo, De Standaard, The Guardian, Semana

Padilla, César
2011     “Minería y resistencias.” Centre tricontinental (CETRI)
Elektronisch geraadpleegd: http://www.cetri.be/spip.php?article2277

 

reageren

meer conSentido

meer Noticias

meer Brasil