Latijns-Amerika magazine.
 

Tiempos menos modernos (Simón Franco, 2011): niet zo modern Argentinië

20-05-2013 door Ruby Sanders

De Engelse titel van Tiempos menos modernos (Simón Franco, 2011) luidt Not so Modern Times, een verwijzing naar Modern Times, de klassieker van Charlie Chaplin uit 1936, waarin de industrialisatie en anonimiteit van het moderne leven op satirische wijze wordt bekritiseerd. Het leven van hoofdpersoon Payaguala in deze Argentijnse film, bijna tachtig jaar later verfilmd, heeft niets weg van de groteske samenleving waar Chaplin kritisch tegenover stond. Totdat daar op een dag verandering in komt, en industrialisatie en globalisering in deze films ook thema’s worden.

De film vertelt het verhaal van Ramiro Payaguala, een afstammeling van het inheemse Tehuelchevolk, dat vroeger woonachtig was in zuidelijk Argentinië en Chili en door de Spanjaarden nooit echt gekoloniseerd is geweest. De Tehelche staan bekend om het eigengereide karakter en verzet tegen de kolonisatie. Payaguala neemt zijn achtergrond serieus; zijn levensstijl is sober maar inventief, hijzelf autonoom. Hij laat zich niet van zijn ranch verjagen ondanks aandringen van verschillende kanten en vult zijn dagen met het verzorgen van schapen en kippen, gitaarspelen, zingen en het maken van allerhande kleine muziekinstrumentjes. Dan ontvangt hij, in het kader van een sociaal ontwikkelingsprogramma van de overheid, een telefoon, schotelantenne en televisie, en wordt zijn nog ‘onbedorven’ leven overspoeld met sentimentele telenovelas, reclame voor buikspierapparaten, voetbal en realityprogramma’s. De film stelt de vraag of deze plotselinge verandering nu goed of slecht is, en of ons verwachtingspatroon van een man als Payaguala wel strookt met de ‘werkelijkheid’.

Een eerste lezing van de film lijkt te wijzen op Payaguala’s eigenheid als het goede en de zijn leven binnengedrongen televisie als het slechte. Payaguala’s inheemsheid wordt vormgegeven door zijn eigen taal, autonome karakter, zijn handigheid in en rond het huis, muzikaliteit en omgang met dieren; allemaal elementen van zijn karakter die wij als ‘inheems’ beschouwen. En zo zien we het graag. Dezelfde man, met dezelfde eigenschappen, maar liggend op bed en kijkend naar een telenovela vinden we minder sterk, minder ‘echt’. En dat is bij nader inzien precies waar de film zijn vraagtekens stelt. Vinden we dat een stoere Tehelche geen recht heeft op moderne, ‘softe’, media omdat dat ons beeld in de war schopt? Of is het daadwerkelijk een slecht idee om een man als deze de opdringerige moderne televisie voor te schotelen?

Gedurende het verhaal blijkt zijn solitaire leven niet helemaal zelfgekozen, maar voortgekomen uit het vertrek van een (zijn?) vrouw, die niets meer met hem te maken wil hebben. Zijn eenzaamheid wordt af en toe verdreven door de komst van Felipe, een jonge Chileen die van deur tot deur allerhande spulletjes verkoopt in de onherbergzame gebieden van Patagonië.  Met deze Felipe blijkt Payaguala in het verleden een muzikale samenwerking te hebben gehad, maar ook dat is voorbij.

Payaguala gaat, nadat Felipe de televisie heeft aangesloten, verder met zijn leven zoals het was, maar raakt langzaam in de ban van verschillende televisieprogramma’s, voorop een telenovela genaamd “Alma mía”. Wanneer Bartolomé, de eigenaar van een ranch even verderop, aanvankelijk aandringt op Payaguala’s hulp bij het ontvangen en vermaken van een groep toeristen, laat Payaguala merken daar niets voor te voelen met een koppig “Ik ben niemands clown!”. Een paar maanden later echter oppert Payaguala zelf een stuk muziek te spelen voor een groep toeristen. Bartolomé kan zijn oren niet geloven, en de kijker ook niet. Payaguala speelt prachtige, gevoelige liedjes op zijn gitaar. Deze hernieuwde durf (of is het ontrouw aan zichzelf?) is zo te zien aangewakkerd door de televisie. Net zoals de televisie Payaguala ook op andere manieren ineens zelfbewust en soms onzeker maakt. “Eet ik niet teveel vlees? Is mijn cholesterol te hoog?”, vraagt hij aan een geamuseerde Felipe.

Met deze kleine gebeurtenissen durft regisseur Simón Franco ongemakkelijke vragen een te kaarten, over wat authenticiteit nu eigenlijk is, of de moderne media schadelijk zijn en of inheemse bewoners van Latijns-Amerika wel erg weinig zeggenschap wordt toebedeeld door voor hen te beslissen in plaats van ze zelf te laten beslissen. De film blijft interessant omdat ze onze eigen perceptie aan de kaak stelt, van wat ‘inheems’ is, of cru gezegd: is een inheems dorp met televisie ineens geen inheems dorp meer? Is een indiaan met horloge minder indiaan?

Op een dag toont de televisie alleen nog maar zwartwitte sneeuw, aanvankelijk tot afgrijzen van Payaguala, die inmiddels zijn dag indeelt naar gelang de begintijden van zijn favoriete programma’s. Hij probeert de antenne te maken, belt vanuit een betaaltelefoon kilometers verderop naar het servicenummer om te horen dat het sociale ontwikkelingsprogramma door de overheid is stopgezet. Na de eerste schok pakt Payaguala zijn oude leventje weer op, en in plaats van het kijken naar de Alma mía speelt hij nu buiten op zijn gitaar de begintune van de dagelijkse soap. Hij mag hoofdpersoon Alma best een beetje missen.

De typische Latijns-Amerikaanse cyclische vertelling laat de film vrijwel hetzelfde eindigen als waar ze begon. Precies een jaar is voorbij gegaan, en Payaguala zit nog waar hij zat. En toch is er een kleine verandering bij hem teweeggebracht door de vluchtige aanwezigheid in zijn leven van de televisie en vooral van de mooie Alma. Regisseur Franco toont het minimale verhaal vol liefde voor zijn geboortegrond Patagonië en laat Payaguala (prachtig gespeeld door acteur en zanger Oscar Payaguala) op elk moment in zijn waarde. De beelden van het landschap en rake muziek in combinatie met eerder genoemde stof tot nadenken maken de film het kijken waard.

reageren